“Ben jij ook zo benieuwd naar dat lieve kopje waar je nu al zoveel van houdt?”

Schermafbeelding 2016-02-09 om 10.22.38Laat ik eerst beginnen met zeggen dat ik mijn baby graag wil. En ook al voel ik me klote en geef ik daar uiting aan, dat betekent niet dat ik niet blij ben met het feit dat ik een baby krijg. Liever nog kreeg ik hem per post. Of kocht ik desnoods een pakket bij de IKEA. Een Bëbë. Maar goed, ik moet hem zelf brouwen, en ik ben er heus dankbaar voor.

Maar de waarheid is dat ik me de eerste weken al best shit voel, buiten de gangbare misselijkheid en kapotheid (ja ik val nu al weken overal in slaap), merk ik dat mijn brein langzaamaan wat trager en muffer wordt. Ik voel me niet blij. Dit blijkbaar in schril contrast met de norm, als ik internet moet geloven. Bovenstaande foto is van de internetsite 24baby.nl. Daar kan je per week kijken hoe de embryo zich ontwikkelt (dit trouwens al tien keer beter dan ‘Berichtje uit je buik’, die de embryo ‘laat praten’ door de ik-vorm te gebruiken. (Pak het dan goed aan, en laat dan het embryo echt praten; in een animatie of filmpje, met de stem van Bassie, een gemiste kans zou ik zeggen).

Op de foto hierboven zie je hoe de embryo er volgens 24baby met 6 weken uitziet. Meer dan een vlezige coquille met bizar klein wervelkollometje kan ik er niet van maken. En als je kijkt naar het deel wat een hoofd moet worden, dat lijkt meer op een sok dan op een gezicht. Misschien lijkt het ergens nog een mix tussen een bejaard gezicht en een leeggelopen ballon. (bejaarde personen zien er trouwens ook best vaak uit als leeggelopen ballonnen, dus deze combinatie is vrij logisch). Als mijn baby er straks zo uitkomt, dan ben ik toch op zijn minst een beetje teleurgesteld. Onder deze foto, staat in de tekst:

“Ben jij ook zo benieuwd naar dat lieve kopje waar je nu al zoveel van houdt?”

Dit staat er! Ik zie het er niet in. Daarnaast kan ik bij 6 weken zwanger (eigenlijk dus 4) me in de verste verste verte niet voorstellen dat er een baby gaat groeien en dat het eruit gaat komen, en…… ik kan me niet verder verwijderd voelen van deze vraag. Ik ben 6 weken! Ik voel me op dit moment meer ‘overtijd’ dan in ‘blijde verwachting’.

Dit is internet, maar ook in het ‘echte leven’ zindert een stellige blijheid om het hele zwangerschapsgebeuren waar ik niet zo goed binnen functioneer. Twee voorbeelden.

Ik doe voor het eerst mee met een sportklasje voor zwangere vrouwen buiten. Degene die het klasje geeft, de docente, begint te bewegen, heel fanatiek, -zwaait armen boven haar hoofd alsof ze een plafond van een kamer staat te witten met afwisselend links en rechts-, en zegt: “ okee, meiden, vertel even hoe je heet, hoe ver je bent, en hoe het met je gaat.” En ze wijst naar mij. Ik moet dus beginnen. Dus ik zeg: “Ik ben Vera, ik ben 15 weken, en nou, tot nu toe vind ik het helemaal niet zo leuk.” Ik neem namelijk aan dat je een eerlijk antwoord moet geven. Maar er volgt een korte ongemakkelijke stilte, snel ingelost door de docente (met een klein hysterisch hikje): Nou, dat zal snel beter gaan ahem!” hiiii, en jij? En ze kijkt naar de volgende. Vervolgens doet iedereen zijn zegje, en het HELE klasje, serieus het HELE klasje, zegt : “ nou het gaat prima….” . Ik probeer het nog snel recht te zetten: nee, ik wil mijn baby wel, ik vind het alleen niet zo leuk….” Maar het is te laat. Pas later fluistert iemand tijdens de oefeningen naar me: “Ik vond het de eerste weken ook niet zo leuk…”

Hiernaast ben ik berispt. Door de echo-vrouw, bij de 20 weken echo. Dit ging zo. Ik ben nerveus voor de echo, en bang. Straks mist ie een hand ofzo. Of een stuk brein. Of heeft hij maar 1 oog en moet ie als cycloopje door het leven. Ik weet het niet. Het is spannend. Tijdens de echo blijkt steeds alles goed, en ik word opgeluchter en blijer. Alleen, omdat de baby steeds de andere kant op ligt, is niet te zien of de ‘bovenlip gesloten is’; en kan de echodame een hazenlip niet uitsluiten. Daarom moet de baby draaien en ik moet eerst wat bewegen, even veel drinken zodat mijn blaas de baby naar voren zal duwen. Na een half uur is hij gedraaid en is zijn hoofd te zien, maar de bovenlip niet omdat hij zijn handjes steeds voor zijn mond houdt. Na veel gerommel en geduw en getrek terwijl zijn handjes voor zijn mond blijven roept de verloskundige uit: “Nou! Waarom doet ie dat nou he?” Waarop ik antwoord: “Ja, hij schaamt zich natuurlijk voor zijn hazenlip”. Ik moet zelf erg lachen om mijn grapje, maar zij duidelijk niet. “NOU JAA! Doe even normaal zeg!” En ze schudt vertwijfeld en boos haar hoofd. Ok. Blijkbaar mag je ook geen grapjes maken over je baby. In ieder geval niet over de ongeboren variant.

Oh, trouwens, dat vraag je je dan nu natuurlijk af, mijn baby heeft een gesloten bovenlip. Gelukkig. Niet om de mensen met hazenlip te beledigen. Want daar is natuurlijk niks mis mee, en het valt bijna niet op natuurlijk, bij sommigen. Maar ja, een baby zonder hazenlip is toch ergens wel fijn, hoewel ik dus echt de mensen met een hazenlip niet wil discrimineren! Dat zijn ook goede mensen. Leuke mensen. Normale mensen! Niet leuker, of stommer dan de rest. Denk ik. Ok. Ik stop gewoon hier. Dat lijkt me het beste.

Mijn punt is: ik ben blij met het feit dat ik zwanger ben. Dat ik een baby krijg. Dat het gelukt is! Maar dat betekent niet dat ik me constant blij voel. Hysterisch bij het opstaan. Vrolijk bij alles wat ik doe. En dat ik daarom 9 maanden met een feestneus op zal lopen, of op een roze wolk zal zitten/zijn/verkeren (ik weet niet zo goed wat men doet op een roze wolk).

Joe.

Tot snel.

 

Antidepressief Zwanger

IMG_4797-5

Een jaar geleden gaf ik een feest: Hoera voor Antidepressiva! Ik vierde het bestaan van Antidepressiva. Antidepressiva heeft mij gered. Heeft mijn leven gered. Het zorgt er inmiddels voor dat ik gewoon kan leven. Niet beperkt door een zwaar lijf, een doodswens en me dood voelen in een levend lichaam, als een lege huls van vlees. En door antidepressiva kon ik met mijn vrienden vieren dat ik er weer was, dat ik weer met ze kon praten en dat ik weer in hun gezelschap kon zijn terwijl ik het ook nog eens leuk vond.

Ik ben een groot fan van antidepressiva dus. Ik heb het nodig Het is mijn medicijn. Maar ik ben ook erg enthousiast over wat het doet. Als antidepressiva een popster was, had ik een plakboek. Ik ben fan. Het liefste zou ik antidepressiva backstage opwachten en ermee op de foto gaan. Ik kan me voorstellen dat iemand met suikerziekte hetzelfde voelt voor insuline. Met name als je je voor het eerst weer beter gaat voelen. Wat een opluchting.

En toen liet een tijd geleden mijn biologische klok van zich horen. Ineens was ik naar baby’s aan het staren, hoorde ik steeds vaker een stem in mijn hoofd die zei: “ik wil een baby” en ik kreeg de neiging vreemde baby’s mee naar huis te nemen. Kortom, ik wilde een kind. En mijn vriend wilde ook een kind. Dus wij gingen een kind maken. Tot dusver geen problemen!

Maar ik slik dus antidepressiva en ik heb een aanleg voor depressie. Mijn psychiater verwees me naar de Pop-poli. Die is voor types zoals ik. Vrouwen met een aanleg voor psychische ziektes, en een kinderwens. Hier krijg je advies van een psychiater, een kinderarts en een gynaecoloog. Het advies voor mij was duidelijk. Ik heb 80 procent kans op een depressie in de zwangerschap als ik stop met antidepressiva. De kans op afwijkingen bij het kind door het slikken van mijn soort antidepressiva tijdens de zwangerschap zijn niet aangetoond, en er zijn wel onderzoeken naar geweest. De gevolgen van een depressieve moeder voor een gezonde hechting van het kind zijn wel bewezen: een depressieve moeder kan slecht tot geen contact maken, en niet zonder meer houden van het kind. Ook hebben kinderen van een depressieve moeder onder andere een lager geboortegewicht. Kortom: de gevolgen van het stoppen met de medicijnen zijn negatiever voor mijn ongeboren kind dan de gevolgen van doorslikken.

Dus ik ben blijven slikken. Dit voelde niet echt als een keuze, meer als een voldongen feit. Omdat de depressie in mijn brein huist, denk ik soms dat ik er ergens controle over hebt. Elke keer als het misgaat of dreigt mis te gaan, geef ik ergens mezelf de schuld. Maar uit het verleden is duidelijk gebleken: ik heb geen controle.

Omdat het voor mij zo logisch is om pillen te blijven slikken, ben ik verbaasd over de reacties en zorgelijke blikken die ik krijg als ik meld dat ik aan de antidepressiva ben en zwanger. Met zwangerschap is het net als met voetbal eigenlijk: iedereen denkt het beste te weten hoe het moet. “Dan razen die medicijnen toch door je baby?”. “Maar dan moet je toch stoppen?”

Ik weet dat ze geen gelijk hebben, maar vind het moeilijk om te horen. Ik krijg het gevoel dat ik ‘de makkelijke weg’ kies, en egoïstisch ben.

Zwanger zijn voor iemand met mijn aanleg voor depressie voelt toch een beetje balanceren op het randje van de gekte. Ik ben hartstikke moe, val overal en nergens in slaap (gelukkig nog niet op te openbare plaatsen, of op een openbaar toilet, dat lijkt me heel onhandig!). Dat is een zwangerschapskwaal, maar ook een teken van depressie. Dus wat is wat? Blijf ik gezond? Draai ik door in Depressieve Vera? Sta ik straks als een kwijlende zombie met dikke tieten een baby te zogen? Of heb ik dan nog gevoel?

Ik vind dat ik een blog moet gaan schrijven. Over depressie, -ik heb het gevoel dat er onduidelijkheid heerst over dit concept. In ieder geval zijn de mensen die zeggen dat ze “echt even heel erg depressief waren afgelopen weekend” maar gelukkig veel chocola bij de hand hadden en Adele hebben geluisterd niet de echte depressieven-, over therapie, over hoe ik verschil moet maken tussen emotionele buien door zwangerschap of sluimerende beginnetjes van een depressie. Kortom: dat wordt lachen!

Tot snel.