“Ik ben een dikke trol en mijn leven is voorbij” – Positief denken.

Mijn therapeut: “Je moet bijvoorbeeld dan niet denken, ik heb t dit niet gedaan, en ik heb dat niet gedaan, en ik kan dus niks…..Maar je kan denken, hee ik heb ondanks dat ik me slecht voel wel de afwas gedaan.”

Ik: “Maar …..Hoezo is dat positief?”

Zij: Nou dat is toch ook goed…Als dat lukt ook al lukken andere dingen niet…

Ik: Ja maar…

……We hebben gewoon een vaatwasser.”

Bij mij gaat positief denken niet altijd vanzelf. Dit vereist training. En ik heb getraind. Uren en uren therapie. Volgestopt ben ik, als een gans voor de foie gras. Maar daar kan ik nu de vruchten van plukken. Ik kan in ieder geval al steeds beter negatieve gedachtes afzwakken. Ik zal het uitleggen aan de hand van deze voorbeeldgedachte: “ik ben een dikke trol en mijn leven is voorbij”. Allereerst: deze gedachte bestaat uit twee delen. De eerste is: “ik ben een dikke trol”. Er zijn nu twee tactieken. De eerste is er iets positiefs tegenover stellen. “Nou, ik ben dan misschien een dikke trol, maar ik kan wel heel goed kleuren voor volwassenen. Dat is ook wat waard, dus ik ben meer dan alleen een dikke trol.”

Dat is één variant. De andere tactiek is onderzoeken of deze gedachte waar is, of met name ontstaan in eigen brein. Hoeveel bewijs heb ik dat ik een dikke trol ben? Of zie ik mezelf alleen zo? Vinden andere dat ook? Ben ik al aangesproken op die manier? Stond ik bij de bakker en zeiden ze: En U, dikke trol, wat wilt u? Het antwoord hierop is nee, gelukkig.

Het hangt er ook vanaf welke trol ik bedoel natuurlijk. Ik bedoel niet de trol uit Lord of the Rings. Daar moet ik wel wat verder voor afzakken. Misschien meer een kruising tussen de trollen uit David de Kabouter, en de speelgoedtrollen uit de jaren 90. Die dikke buik vooral. De aardappelneus (nog) niet, maar je weet niet waar het opgehoopte vocht nog heen gaat. Beetje dikke voeten al. Maar ja het is tijdelijk. (hoop ik in godsnaam). Dus ik kan de gedachte veranderen in: Ik ben tijdelijk dik en heb soms wat weg van een trol.

Als ik precies wil zijn, is het ’positief denken over jezelf’ trouwens een losse categorie van positief denken. En dat hoeft niet positief te zijn voor anderen. Bijvoorbeeld. Laatst staan mijn vriend en ik voor de spiegel. We merken op dat onze heupen bijna op gelijke hoogte zijn. Wat gek is, want hij is veel langer. Dus hij zegt: “goh, jij hebt dus een heel kort bovenlijf”. Waarop ik zeg: “Nee ik heb lange benen.” Hier denken wij allebei positief. Maar voor onszelf.

En dat geldt dus ook voor allerlei karaktertrekken, zoals zuinig zijn. Dat is voor jezelf best fijn, want je heb altijd geld over. Maar voor anderen is het irritant want je haalt nooit een rondje. Voor anderen is het fijn als je bescheiden en gehoorzaam bent, terwijl het voor jezelf irritant is als je constant uitvoert wat anderen willen. Je hebt ook nog de categorie “eigenschappen waar niemand wat aan heeft”. Uit die categorie heb je liever niks. Verlegenheid. En achterdochtigheid bijvoorbeeld. Daarom blijf ik dit ingewikkeld vinden.

Maar even terug naar het algemene positieve denken, en de gedachte: “… mijn leven is voorbij.” Eigenlijk is dat bij mij de angst: “Oh nee, als de baby er is, ga ik mijn vrienden nooit meer zien!” Ik zal hier met hulp van ‘Denkfout Debbie’ uitleggen hoe je deze kan omdenken. Debbie is een personage uit mijn online therapie voor depressieven. Niet een heel snugger personage, want ze maakt keer op keer dezelfde denkfouten, maar innemend is ze wel, want ze verbetert zichzelf altijd. Maar Denkfout Debbie zou zeggen “Oh jee, inderdaad, dat is te zwart wit gedacht. Misschien wordt het wel wat druk met een baby, maar je zal af en toe echt nog wel vrienden zien. Gewoon wat minder. Misschien desnoods de minder leuke vrienden. Je leven wordt juist verrijkt met een nieuw leven! Misschien maak je zelfs wel allemaal nieuwe vrienden.” (Ik zou graag ooit een Denkfout Debbie actionfigure maken, dat als je op haar buik drukt, ze telkens een nieuwe denkfout bespreekt. Maar dat is toekomstmuziek. Denkfout Debbie en haar vriendin Borderline Betsy).

Hoewel het helpt, is dat hele positieve denken best vermoeiend. Daarom doe ik de laatste tijd ook heel veel aan neutraal denken. Het door mij zelf bedachte neutraal denken. Dat werkt zo.

Ik heb de laatste tijd fysieke kwaaltjes door het zwanger zijn. Mijn maag is een tandpastatube. Als ik voorover buk, duw ik de tube in omdat de baby omhoog schuift en dan komt het eten aan de bovenkant weer omhoog. Ik kom moeilijk uit liggende positie omhoog. En als het me uiteindelijk gelukt is, kan je me met een klein duwtje weer terugrollen op mijn rug en dan begint het van voren af aan. (dit tot grote lol van mijn vriend). En mijn ribben zitten in de weg. Hiervoor hielden ze mijn longen en alles veilig, nu dienen ze als tralies, en de bambino probeert als een wanhopige gevangene die dingen om te buigen. Ik word nu ‘s nachts wel eens wakker met de gedachte: “Oh wat is die snerpende pijn!!! Oh, oh ja daar zit een baby.” Ik denk dan heel neutraal: Hmm ik hoop dat ie niet overweegt om via die weg uit mij te komen. Dat past gewoon echt niet. De onderkant daar heb ik al mijn twijfels over, maar tussen mijn ribben door is denk ik echt heel lastig. En ik zou dat best vervelend vinden. Jeetje, het past helemaal niet die baby. Zo natuurlijk is dit dus allemaal niet. Waarom moet het eigenlijk zo? Hoezo leggen we eigenlijk geen ei meer?

Ik snap dat het ergens een evolutionair voordeel is dat we zoogdieren werden. Tuurlijk want dan zit de baby veilig in jou. En worden je eieren niet gejat of opgegeten. Maar inmiddels zijn omstandigheden wel zo dat een ei leggen echt een hele goede optie zou zijn. Je kan gewoon blijven werken en drinken en alles eten, terwijl je ei ergens ligt onder een broedlamp in een broedcentrum. Dan heet de vroedvrouw de broedvrouw. En jij kan op je egg-app checken hoe het er in dat ei aan toe gaat.

Het enige is dat we nog een beetje moeten bedenken waar we de onbevruchte eieren laten. Op de wc’s in cafe’s moet je dan niet een speciaal prullenbakje hebben voor tampons, maar een eierbak van redelijk formaat. Maar daar komen we wel uit.

Neutraal denken is dus prima. En dat positieve denken helpt wel. Maar het leukste is toch als het vanzelf gaat. Soms krijg ik een pijnlijke schop tegen mijn ribben en denk: “Nou, hij groeit dus goed en hij leeft nog! Hij zal wel supersterk zijn. Of hele dikke billen hebben. Ik ben benieuwd. Ik vind hem nu al lief.” Helemaal vanuit mezelf gedacht zonder trucjes! (misschien wat hormonale hulp). En dat is toch het fijnste, want dat is Depressieloze Vera.

Joe!

Tot snel.

Groeiecho Intermezzo

Ik doe mee aan een onderzoek. Daarom krijg ik een extra echo bij 28 weken. Dat is natuurlijk voornamelijk leuk. Dan kan ik hem weer even zien. Tijdens de echo is alles goed. Hij blijkt zelfs eerder aan de grote kant dan aan de kleine. Hij is dus nog niet te klein “doordat je pillen slikt”, of klein door “depressie”. Dat vind ik goed nieuws.

Maar de echovrouw zegt; “Jaa….niet teveel suiker eten he”. Ik: “Hè, hoezo?” Waarop zij zegt: “Daar krijg je dikke baby’s van”. “Maar hij is toch niet te dik?” “Nee”

Dit is voor mij weer een nieuwe. Naast: “Genoeg bewegen! Genoeg rust! Geen rauw vlees! Pas op met leverworst! Smeer je je wel in tegen striae? Ontspan je bekkenbodemspieren! Eigenlijk geen koffie. Nee cola zou ik niet drinken. Wist je dat luchtvervuiling kan doordringen tot je baby? Ja, ik zou niet achter zo’n rokende scooter gaan staan bij het stoplicht. Je baby proeft in het vruchtwater wat jij eet, dus je kan hem nu al laten wennen aan een gezond eetpatroon. (waar ik me nog steeds niks bij kan voorstellen, dat hij dan ineens zwemt in chiliwater). Nee stress is heel slecht….Al die stofjes he?”

Ik dacht dat een baby met wat vet op de botten juist goed was. Dat het enige nadeel voor mij was dat hij dan door mijn ‘geboortekanaal’ moet.

Ik voel me pissig worden.

Maar gelukkig. De band tussen en moeder en kind blijkt inderdaad sterk. Mijn baby steekt zijn middelvinger op. Duidelijk zichtbaar op het scherm. Ik ben trots.

Joe!

Tot zeer snel.

P.S.

Volgende week post ik een nieuwe lange blog. En bedankt voor alle reacties en nieuwe volgers van afgelopen weken. Blijkbaar ben ik niet de enige, en ik ben blij dat mijn blog bij kan dragen aan openheid; precies zoals ik het bedacht had.

 

echomiddelvinger

 

 

 

Failing instruments

buik2

Mijn depressie-uitleg

 

Ratio: Het is 13 uur. Nu moeten we eten.

Gevoel: Maar ik wil helemaal niet eten, wat heeft het allemaal voor zin

Ratio: Maakt niet uit, we gaan nu eten.

 

R: We gaan nu kleren aan doen, en…

G: Maar ik wil geen kleren aandoen wat heeft het allemaal voor zin

R: Maakt niet uit we gaan nu kleren aandoen.

 

R: We gaan nu koffie drinken met de schoonouders

G: Maar ik wil helemaal niet, wat heeft het allemaal voor zin…..

R: Ja okee, nu heb je eigenlijk ook wel gelijk. Dat hoeft echt niet.

Wanneer ik depressief ben (dat is nu niet het geval) moet mijn rationele denken me redden van mijn gevoelsdenken. Mijn ratio luistert naar psycholoog en psychiater, en kan hier ook naar handelen. Mijn gevoel is onbetrouwbaar. Mijn meetinstrumenten, mijn ‘gevoelsmeters’, die normaal situaties goed kunnen inschatten, slaan constant negatief uit. Het maakt niet uit wat ik doe. Een etentje met vrienden doet mijn meter niet omhoog uitslaan, net als een feest of een goede film. Mijn geluks- en zelfwaarderingsmeter blijven hangen op min 10, en al snel volgen mijn gedachten: “Hoezo vind ik dit niet leuk? Je bent ook niet gezellig. Zij zijn veel leuker dan ik.”

Net als bij machines, gaat ook míjn hele systeem falen als een meter niet goed werkt. Laatst zag ik een programma op National Geographic : Air Crash Investigation. (uitgesproken door serieus mannelijke Britse stem; de helft van de kracht van dit programma. Zelfs als deze stem zou zeggen “I ate a blueberrymuffin” Zou ik denken: Oh en toen?!). Voordat het vliegtuig neerstortte, werkte de hoogtemeter, de radio altimeter van de Boeing 737 niet naar behoren. Toen the automatic pilot en the engines en de landing gear gevolg gaven aan deze foute meting, ontstonden er problemen. Het vliegtuig vloog nog te hoog en te langzaam om veilig te kunnen landen, en uiteindelijk crashte het toestel. Hadden de ‘non automatic pilotes’, -de levende piloten dus-, de kapotte meter erkend en op tijd ingegrepen, was dit waarschijnlijk te voorkomen geweest.

Zo gaat dat ook bij mij in een depressie.

Wanneer mijn gevoelsmeters raar gaan doen, en ik grijp niet op tijd in, gaat na een tijd mijn lichaam mee. Ik proef geen eten meer, het voelt alsof mijn hart langzamer klopt en ik ga langzamer praten. Mijn lichaam begint doods aan te voelen. Ik kan op dat moment geloven in dit gevoel en mijn vliegtuig laten crashen. Ik kan er ook voor kiezen om de depressie te zien als ziekte, die behandeld kan worden. Ik had het geluk dat de mensen in mijn omgeving depressie ook beschouwen als ziekte.

Zwangere meters, lachen jongen.

En nu, door al die zwangerschapshormonen, slaan er weer meters raar uit! Het zijn wel net andere dan bij depressie. Bijvoorbeeld mijn irritatiemeter, oei! Ik ben gister een uur van de leg geweest omdat er een oud mannetje een peuk stond te roken, waarbij hij spuugdraden spinde tussen zijn lippen en de sigaret. En hij stonk. Daar werd ik woedend van. Of in de supermarkt laatst; ik wilde afrekenen en was mijn portemonnee vergeten. Uiteindelijk kwam mijn vriend de portemonnee brengen en betalen, maar ik was al aan het huilen (en dezer dagen als ik eenmaal huil, dan stopt het niet). Hij was ook niet blij want hij miste Studio Sport, en uiteindelijk liepen we zo in een sneue karavaan naar huis. Hij voorop met twee tassen in hoog tempo want hij wilde niet nog meer missen en ik er huilend achteraan. Tot slot, had ik vorige week onder de douche bedacht dat ik naar Dubai wilde, omdat het daar mooi weer is. Dus ik zei tegen mijn vriend: “Hee zullen we morgen gewoon voor een week naar Dubai gaan.” Hij: “eh, nee.” Ik ben de hele dag ontroostbaar geweest. Als een prinses op de erwt. “Mijn vrie-iend wil morgen niet met mij naar Doe-Hoe-Bajjjj…”

Gelukkig besef ik dat het maar mijn meters zijn die een beetje raar uitslaan. Mijn zwangerschap zorgt voor wat turbulentie, maar ik weet al hoe ik moet handelen. Bovendien heeft mijn gevoel af en toe heel erg gelijk! Ik ben op dit moment (’t is ochtend) achter mijn laptop een ‘rijstdessert met vanillesmaak’ uit een plastic bakje aan het lepelen. En mijn gevoel blijkt te kloppen: dit was een supergoed idee.

Joe!

Tot snel.

 

 

“Ben jij ook zo benieuwd naar dat lieve kopje waar je nu al zoveel van houdt?”

Schermafbeelding 2016-02-09 om 10.22.38Laat ik eerst beginnen met zeggen dat ik mijn baby graag wil. En ook al voel ik me klote en geef ik daar uiting aan, dat betekent niet dat ik niet blij ben met het feit dat ik een baby krijg. Liever nog kreeg ik hem per post. Of kocht ik desnoods een pakket bij de IKEA. Een Bëbë. Maar goed, ik moet hem zelf brouwen, en ik ben er heus dankbaar voor.

Maar de waarheid is dat ik me de eerste weken al best shit voel, buiten de gangbare misselijkheid en kapotheid (ja ik val nu al weken overal in slaap), merk ik dat mijn brein langzaamaan wat trager en muffer wordt. Ik voel me niet blij. Dit blijkbaar in schril contrast met de norm, als ik internet moet geloven. Bovenstaande foto is van de internetsite 24baby.nl. Daar kan je per week kijken hoe de embryo zich ontwikkelt (dit trouwens al tien keer beter dan ‘Berichtje uit je buik’, die de embryo ‘laat praten’ door de ik-vorm te gebruiken. (Pak het dan goed aan, en laat dan het embryo echt praten; in een animatie of filmpje, met de stem van Bassie, een gemiste kans zou ik zeggen).

Op de foto hierboven zie je hoe de embryo er volgens 24baby met 6 weken uitziet. Meer dan een vlezige coquille met bizar klein wervelkollometje kan ik er niet van maken. En als je kijkt naar het deel wat een hoofd moet worden, dat lijkt meer op een sok dan op een gezicht. Misschien lijkt het ergens nog een mix tussen een bejaard gezicht en een leeggelopen ballon. (bejaarde personen zien er trouwens ook best vaak uit als leeggelopen ballonnen, dus deze combinatie is vrij logisch). Als mijn baby er straks zo uitkomt, dan ben ik toch op zijn minst een beetje teleurgesteld. Onder deze foto, staat in de tekst:

“Ben jij ook zo benieuwd naar dat lieve kopje waar je nu al zoveel van houdt?”

Dit staat er! Ik zie het er niet in. Daarnaast kan ik bij 6 weken zwanger (eigenlijk dus 4) me in de verste verste verte niet voorstellen dat er een baby gaat groeien en dat het eruit gaat komen, en…… ik kan me niet verder verwijderd voelen van deze vraag. Ik ben 6 weken! Ik voel me op dit moment meer ‘overtijd’ dan in ‘blijde verwachting’.

Dit is internet, maar ook in het ‘echte leven’ zindert een stellige blijheid om het hele zwangerschapsgebeuren waar ik niet zo goed binnen functioneer. Twee voorbeelden.

Ik doe voor het eerst mee met een sportklasje voor zwangere vrouwen buiten. Degene die het klasje geeft, de docente, begint te bewegen, heel fanatiek, -zwaait armen boven haar hoofd alsof ze een plafond van een kamer staat te witten met afwisselend links en rechts-, en zegt: “ okee, meiden, vertel even hoe je heet, hoe ver je bent, en hoe het met je gaat.” En ze wijst naar mij. Ik moet dus beginnen. Dus ik zeg: “Ik ben Vera, ik ben 15 weken, en nou, tot nu toe vind ik het helemaal niet zo leuk.” Ik neem namelijk aan dat je een eerlijk antwoord moet geven. Maar er volgt een korte ongemakkelijke stilte, snel ingelost door de docente (met een klein hysterisch hikje): Nou, dat zal snel beter gaan ahem!” hiiii, en jij? En ze kijkt naar de volgende. Vervolgens doet iedereen zijn zegje, en het HELE klasje, serieus het HELE klasje, zegt : “ nou het gaat prima….” . Ik probeer het nog snel recht te zetten: nee, ik wil mijn baby wel, ik vind het alleen niet zo leuk….” Maar het is te laat. Pas later fluistert iemand tijdens de oefeningen naar me: “Ik vond het de eerste weken ook niet zo leuk…”

Hiernaast ben ik berispt. Door de echo-vrouw, bij de 20 weken echo. Dit ging zo. Ik ben nerveus voor de echo, en bang. Straks mist ie een hand ofzo. Of een stuk brein. Of heeft hij maar 1 oog en moet ie als cycloopje door het leven. Ik weet het niet. Het is spannend. Tijdens de echo blijkt steeds alles goed, en ik word opgeluchter en blijer. Alleen, omdat de baby steeds de andere kant op ligt, is niet te zien of de ‘bovenlip gesloten is’; en kan de echodame een hazenlip niet uitsluiten. Daarom moet de baby draaien en ik moet eerst wat bewegen, even veel drinken zodat mijn blaas de baby naar voren zal duwen. Na een half uur is hij gedraaid en is zijn hoofd te zien, maar de bovenlip niet omdat hij zijn handjes steeds voor zijn mond houdt. Na veel gerommel en geduw en getrek terwijl zijn handjes voor zijn mond blijven roept de verloskundige uit: “Nou! Waarom doet ie dat nou he?” Waarop ik antwoord: “Ja, hij schaamt zich natuurlijk voor zijn hazenlip”. Ik moet zelf erg lachen om mijn grapje, maar zij duidelijk niet. “NOU JAA! Doe even normaal zeg!” En ze schudt vertwijfeld en boos haar hoofd. Ok. Blijkbaar mag je ook geen grapjes maken over je baby. In ieder geval niet over de ongeboren variant.

Oh, trouwens, dat vraag je je dan nu natuurlijk af, mijn baby heeft een gesloten bovenlip. Gelukkig. Niet om de mensen met hazenlip te beledigen. Want daar is natuurlijk niks mis mee, en het valt bijna niet op natuurlijk, bij sommigen. Maar ja, een baby zonder hazenlip is toch ergens wel fijn, hoewel ik dus echt de mensen met een hazenlip niet wil discrimineren! Dat zijn ook goede mensen. Leuke mensen. Normale mensen! Niet leuker, of stommer dan de rest. Denk ik. Ok. Ik stop gewoon hier. Dat lijkt me het beste.

Mijn punt is: ik ben blij met het feit dat ik zwanger ben. Dat ik een baby krijg. Dat het gelukt is! Maar dat betekent niet dat ik me constant blij voel. Hysterisch bij het opstaan. Vrolijk bij alles wat ik doe. En dat ik daarom 9 maanden met een feestneus op zal lopen, of op een roze wolk zal zitten/zijn/verkeren (ik weet niet zo goed wat men doet op een roze wolk).

Joe.

Tot snel.

 

Antidepressief Zwanger

IMG_4797-5

Een jaar geleden gaf ik een feest: Hoera voor Antidepressiva! Ik vierde het bestaan van Antidepressiva. Antidepressiva heeft mij gered. Heeft mijn leven gered. Het zorgt er inmiddels voor dat ik gewoon kan leven. Niet beperkt door een zwaar lijf, een doodswens en me dood voelen in een levend lichaam, als een lege huls van vlees. En door antidepressiva kon ik met mijn vrienden vieren dat ik er weer was, dat ik weer met ze kon praten en dat ik weer in hun gezelschap kon zijn terwijl ik het ook nog eens leuk vond.

Ik ben een groot fan van antidepressiva dus. Ik heb het nodig Het is mijn medicijn. Maar ik ben ook erg enthousiast over wat het doet. Als antidepressiva een popster was, had ik een plakboek. Ik ben fan. Het liefste zou ik antidepressiva backstage opwachten en ermee op de foto gaan. Ik kan me voorstellen dat iemand met suikerziekte hetzelfde voelt voor insuline. Met name als je je voor het eerst weer beter gaat voelen. Wat een opluchting.

En toen liet een tijd geleden mijn biologische klok van zich horen. Ineens was ik naar baby’s aan het staren, hoorde ik steeds vaker een stem in mijn hoofd die zei: “ik wil een baby” en ik kreeg de neiging vreemde baby’s mee naar huis te nemen. Kortom, ik wilde een kind. En mijn vriend wilde ook een kind. Dus wij gingen een kind maken. Tot dusver geen problemen!

Maar ik slik dus antidepressiva en ik heb een aanleg voor depressie. Mijn psychiater verwees me naar de Pop-poli. Die is voor types zoals ik. Vrouwen met een aanleg voor psychische ziektes, en een kinderwens. Hier krijg je advies van een psychiater, een kinderarts en een gynaecoloog. Het advies voor mij was duidelijk. Ik heb 80 procent kans op een depressie in de zwangerschap als ik stop met antidepressiva. De kans op afwijkingen bij het kind door het slikken van mijn soort antidepressiva tijdens de zwangerschap zijn niet aangetoond, en er zijn wel onderzoeken naar geweest. De gevolgen van een depressieve moeder voor een gezonde hechting van het kind zijn wel bewezen: een depressieve moeder kan slecht tot geen contact maken, en niet zonder meer houden van het kind. Ook hebben kinderen van een depressieve moeder onder andere een lager geboortegewicht. Kortom: de gevolgen van het stoppen met de medicijnen zijn negatiever voor mijn ongeboren kind dan de gevolgen van doorslikken.

Dus ik ben blijven slikken. Dit voelde niet echt als een keuze, meer als een voldongen feit. Omdat de depressie in mijn brein huist, denk ik soms dat ik er ergens controle over hebt. Elke keer als het misgaat of dreigt mis te gaan, geef ik ergens mezelf de schuld. Maar uit het verleden is duidelijk gebleken: ik heb geen controle.

Omdat het voor mij zo logisch is om pillen te blijven slikken, ben ik verbaasd over de reacties en zorgelijke blikken die ik krijg als ik meld dat ik aan de antidepressiva ben en zwanger. Met zwangerschap is het net als met voetbal eigenlijk: iedereen denkt het beste te weten hoe het moet. “Dan razen die medicijnen toch door je baby?”. “Maar dan moet je toch stoppen?”

Ik weet dat ze geen gelijk hebben, maar vind het moeilijk om te horen. Ik krijg het gevoel dat ik ‘de makkelijke weg’ kies, en egoïstisch ben.

Zwanger zijn voor iemand met mijn aanleg voor depressie voelt toch een beetje balanceren op het randje van de gekte. Ik ben hartstikke moe, val overal en nergens in slaap (gelukkig nog niet op te openbare plaatsen, of op een openbaar toilet, dat lijkt me heel onhandig!). Dat is een zwangerschapskwaal, maar ook een teken van depressie. Dus wat is wat? Blijf ik gezond? Draai ik door in Depressieve Vera? Sta ik straks als een kwijlende zombie met dikke tieten een baby te zogen? Of heb ik dan nog gevoel?

Ik vind dat ik een blog moet gaan schrijven. Over depressie, -ik heb het gevoel dat er onduidelijkheid heerst over dit concept. In ieder geval zijn de mensen die zeggen dat ze “echt even heel erg depressief waren afgelopen weekend” maar gelukkig veel chocola bij de hand hadden en Adele hebben geluisterd niet de echte depressieven-, over therapie, over hoe ik verschil moet maken tussen emotionele buien door zwangerschap of sluimerende beginnetjes van een depressie. Kortom: dat wordt lachen!

Tot snel.