Er is nu dus een boek.

Hee!

Inmiddels is er een boek verschenen: Feliciteer hém maar want ik vind er tot nu toe geen reet aan. 

Een aanrader als je dit blog hebt gelezen en meer wilt.

Feliciteer-hem-maar-cover

Advertentie

Over mijn Depressief Intermezzo

Deze week ontstond er wederom een discussie over het gebruik van antidepressiva. Ik gaf mijn reactie op NOSop3, en wil hier wat aan toevoegen.

Mijn zwangerschap is heel goed verlopen. Slechts één keer dreigde ik terug te vallen in een depressie. Gelukkig werd dit op tijd voorkomen: door mijn medicatie op te hogen en rust te nemen. Ik ben maar één persoon, en wat voor mensen werkt verschilt, maar ik wil dat de discussie gaande blijft. En dat kan alleen door er aan bij te dragen. Dus vandaag geen verhaal over bevallende giraffen, maar een blog over mijn Depressief Intermezzo. Lachen jonge!


 

Ik wil graag eerlijk zijn, en ben dat ook: ik voel me niet blij. Mensen wuiven dit weg met “Hee joh dat wordt snel beter!” Oh ja, straks voel je je heel energiek!” “Oh maar het is het waard!” En ik snap het ook wel, want wat moet je anders zeggen tegen iemand die zegt: “ dat hele zwanger zijn vind ik tot nu toe maar niks”. Maar ik voel dat er een zwarte wolk begint op te doemen en dat de depressie me op de hielen zit.

Ik ben heel blij dat we een baby krijgen, denk ik, want ik begon te huilen toen ik een hartje zag op het echo scherm. Maar ondanks dat gegeven voel ik me niet goed. Ik voel me raar.

Ik stagneer en de meest dagelijkse dingen worden een beproeving. Ik merk het bijvoorbeeld aan het boodschappen doen. Ik kom overprikkeld uit de supermarkt omdat ik geen overzicht kan houden in mijn hoofd.

“Hee een Komkommer. Zal ik er eentje meenemen? Een komkommer? Nee maar wat moet ik met een komkommer? Misschien in een salade? Nee, komkommer in een salade vindt mijn vriend niet lekker en dan zit ik weer met een komkommer thuis. Maar misschien heb ik straks ineens zin in komkommer. Het is wel lekker fris. Maar als ik m niet eet dan hebben we straks weer zo’n doorregende natte kwijlerige komkommer in een plasticje in de koelkast die niemand meer aan wil raken. Wat ben ik ook een loser. Sta ik weer 5 minuten naar een komkommer te staren. Mensen zullen me wel zien en denken wat een treurnis. Met mijn verschoten winterjas en mijn vettige haar. Wasmiddel, hebben we wasmiddel nodig? Ja opzich wel, maar we hebben ook nog een restje dus ik kan dat net zo goed dan morgen kopen ofzo, maar kan ook nu. Maar ja dan zit je weer met die extra fles, en die staat dan misschien wel in de weg, maar ik kan m ook nu meenemen ik hoef nu toch niet veel te tillen en morgen misschien wel, want dan koop ik ook drinken, of zal ik nu dan even drinken kopen? Even kijken bij het drinken, misschien bitter lemon? Nee dat is wel lekker voor 1 glaasje maar niet een hele fles. Misschien gewoon maar weer spa rood. Ja of dat haal ik dus morgen en dan nu het wasmiddel. Jezus beslis eens wat! Oh, wcpapier, hebben we dat nog? Wat kwam ik ook alweer halen? Hee, die chips at Hakim altijd vroeger. Iedereen koos de kaasvariant maar hij had de pinda. Wat een gekke keus eigenlijk. Ik wou dat ík een Marrokaans jongetje was dat zometeen in een warm huis kwam met een warme moeder, en gezellige kleden. Beter dan mijn lege huis. Ik verlang naar warmte. Maar ja dat haal ik niet uit mezelf, misschien moet ik kaarsen kopen waar staan die? Oh daar, euh, een gele of een rode. Allebei? Nee dat staat niet bij elkaar. Hmm ik weet het niet. Misschien later dan. Wat een loser ben ik ik kan ook niks beslissen. Nu eerst drinken. Of nee wasmiddel. Euh. En wat moeten we eten eigenlijk? “

En zo kom ik thuis met een tas lege statiegeldflessen die ik mee had genomen om in te leveren.

Mijn vriend merkt het aan me. En ik merk dat hij het merkt. Hij haalt me op tijd onder de douche vandaan. Blijven hangen is een duidelijk teken. Ik weet niet precies hoe het gebeurd, maar als ik me wil aankleden zit ik voor ik het weet naast een open onderbroekenla te staren op het bed en kom ik niet verder.

Ik begin me een beetje doods te voelen. Op dit moment zou ik me toch levendiger moeten voelen dan ooit?! Ik ben leven aan het maken!

Ik zit bij mijn therapeut. Er zijn bouwvakkers bezig op de gang. Zij zegt: “Ja joh die beginnen echt heel vroeg al. Die zijn hier al vanaf 7 uur! Maar goed, dan zijn ze ook vroeg klaar. Kunnen ze lekker om 3 uur naar huis.” Waarop ik zeg: Pff, ja en dan zit je thuis… Wat moet je dan in godsnaam thuis gaan doen?” En zie een lege kamer voor me. Met een koude vloer. Extreme leegte en een lege lange dag. Waarop zij zegt: “Ja. Maar jij bent depressief.” En dat is het. Elke ochtend lijkt de dag een koud leeg ijzeren blik. Elke dag voelt als januari. Alles is met tegenzin. En alles is met moeite.

Omdat ik zwanger ben, heb ik meer bloed, wordt de medicatiedosis in mijn lijf relatief lager en daarom besluiten we de dosis op te gaan hogen en kijken wat dat doet.

Het begint te werken. Zaterdag. Ik merk het aan het opstaan. Ik voel me fit?! Ik ga naast mijn vriend op de bank zitten die Heel Holland bakt kijkt. En dan maak ik spontaan een opmerking naar de tv: “Jaaa, Janny neem jij maar een lekker grote hap daarvan he.” Het floept uit mijn mond zonder nadenken, zonder dat deze gedachte langs tien controleposten moet. Ik verbaas mezelf. Ik voel het leven terugstromen in mijn lichaam. Het hoofd gaat wat langzamer, dat voelt nog zwaar aan. Daarom ontstaat er onrust in mijn lijf.

Ik klauter uit mijn dal en mijn lichaam voelt alsof ik een zware griep heb overleefd.

Nu, 6 maanden nadat mijn baby geboren is, voel ik me ijzersterk en ben ik zelfs de ‘kwetsbare periode’ voorbij. Ik heb het dus gered! Ik ben moeder, vind het leuker dan verwacht en mijn baby is nogal geniaal. Even voor de duidelijkheid.

 

Tot dusver,

 

Joe

Tot snel

 

Overbodige Bevalvoorlichting

Tegen het einde van mijn zwangerschap had ik geen puf meer om te schrijven, maar nu maak ik die posts alsnog af. Hier dus nog een zwanger verhaal.

Ik besluit naar een bevalvoorlichting te gaan in een ziekenhuis, gegeven door een ervaren verloskundige. Zo noemt ze zichzelf, een ‘ervaren verloskundige’. Ik ga erheen omdat ik graag wil weten wat er gebeurt tijdens een bevalling. Moet ik hem nog voelen schoppen als de weeën al begonnen zijn? Hoe zorg ik dat ik weet dat het gaat zoals het hoort? Welke vormen van pijnbestrijding zijn er en wat zijn de voor en nadelen? Dat zijn mijn vragen.

Zij begint haar presentatie. “Ik zegt het maar gelijk, ik ben voor een natuurlijke bevalling”. Met de natuurlijke bevalling doelt zij op het niet gebruiken van pijnmedicatie. Want, zoals zij zelf zegt: “De bevalling is door de natuur bedacht. Dus het is te doen. We zijn nu gewoon geen pijn meer gewend. Vroeger hadden de mensen gewoon al veel meer pijn. Ze hadden bijvoorbeeld ontstekingen en deden fysiek werk zonder schoenen aan. Dus wij zijn gewoon minder gewend!” Ik voel me nu al een mietje en een aansteller, lang voordat die hele bevalling begonnen is.

De ervaren verloskundige gaat wel in op het onderwerp pijnbestrijding. Ze vertelt over de twee opties: de ruggenprik, en het morfinepompje. Ze zegt dat je koorts kan krijgen van de ruggenprik, en dat dat levensgevaarlijk is. Ze zegt er niet bij hoe vaak dat gebeurt en wat er levensgevaarlijk aan is. Bovendien zegt ze over het morfinepompje dat je ‘daar dan maar ligt’ en nergens heen kan en dat de baby suf wordt. Dat is waar, maar de pomp gaat uit voordat je perst, zodat als de baby ter wereld komt hij weer helder is. Maar dat zegt ze er niet bij.

De ervaren verloskundige begeleid haar verhaal met een PowerPointpresentatie. Haar eerste claim bijvoorbeeld, begeleidt ze met een foto van een bevallende giraf. Dit zien we doordat de babygiraffe op het moment van de foto net op de grond neerkomt na een val uit de hoge vagina van haar moeder. Ik snap deze keuze niet helemaal. Waarom de giraffe? Waarom een jong dat op de grond valt? Waarom? Het wordt niet duidelijk…. Het fascineert mij zo dat ik thuis zelf google op ‘natuurlijke bevalling’, omdat dat het dan wel moet zijn, heb ik bedacht. Dat ze weinig tijd had, en dacht, welk plaatje moet erbij? Ik google op ‘natuurlijke bevalling’ en kies het eerste plaatje. Maar, dat blijkt niet zo te zijn! Als ik dat google krijg ik gewoon mensenbaby’s, een schilderij van een lotus (?) en grafische afbeeldingen van baarmoeders. Oh, misschien in het Engels! Maar nee. Op ‘natural birth’ krijg ik weer mensenbaby’s, en een foto van een vrouw die voorover gebukt naakt aan het bevallen is op een yogamat tussen grote kiezels in een Canadees beekje. Maar als ik google op ‘giraffe giving birth’ is het wel de bovenste afbeelding! Wat betekent, dat zij bewust voor de giraffe heeft gekozen! Misschien omdat het voor haar het meest natuurlijk voelt, de giraffe. Of misschien omdat het haar lievelingsdier is. Ik weet het niet.

Wat later volgt een sheet met drie placenta’s. Drie foto’s van een placenta. “De placenta is niet vies. Mensen zeggen dan iiieuhwl. Maar het heeft je kindje maanden van eten voorzien dus de placenta daar moet je respect voor hebben!” Ik weet niet wat ik hier mee moet voor de bevalling. Wat is het feit hier? Ja, dat de placenta mijn baby van voeding voorziet. Maar wat kan ik daarmee inzake de bevalling? Moet ik hem dus bewaren voor mijn kind? Er een foto van maken? Wat wil ze van me!

Uiteindelijk sluit ze af met een tiental foto’s uit de jaren ’80, waarop vanuit verschillende gezichtspunten hoofdjes uit vagina’s tevoorschijn komen. “Ik choqueer jullie liever nu, dan dat jullie straks gechoqueerd zijn”. We zien vooral veel dichte ogen, grote borsten, en douches.

Ik probeer door haar emotionele statements heen te kijken, en toch wat notities te maken.

Hier mijn lijstje:

  • euromunt mee voor rolstoel
  • donkere trainingsbroek aandoen, minder vlekgevoelig

 

Tot snel!

Joe.

Perineum-olie, het liefdeshormoon, en de illusie van controle.

Tijdens de laatste weken van mijn zwangerschap kan ik me alleen nog maar concentreren op de naderende bevalling. Elke dag dat ik nog geen weeën heb, raak ik gefrustreerder. Ik heb nergens meer energie voor. Zelfs wanneer ik probeer een woordzoeker te doen haak ik snel af, want jezus joh, die woorden. Die kunnen echt óveral staan….. Dus als de verloskundige tijdens de afspraak vraagt hoe het gaat, zeg ik: “Ik wil bevallen. Ik ben klaar.”

Hierop antwoord de verloskundige: “Oxytocine is een liefdeshormoon. Dat moet je tóelaten.”

Even voor de duidelijkheid: oxytocine is het hormoon wat ervoor zorgt dat je baarmoeder de baby gaat ‘uitdrijven’. Uitdrijven klinkt trouwens een beetje alsof hij rustig van een brede glijbaan in een tropisch zwemparadijs afdrijft in een opblaasbare band …. Nou, die opblaasbare band komt wel ergens in het verhaal voor, maar dat is de dagen na de bevalling, om op te zitten.

De oxytocine uitspraak was mij al eerder ter oren gekomen. Van een ‘ervaren verloskundige’ (zo noemde ze zichzelf) tijdens een informatiemiddag van het bevalcentrum. Die had gezegd:

“Oxytocine is een heel verlegen hormoon, als je het niet toelaat, is het zo weer weg”

Dit uitgeschreven op een slide van haar PowerPointpresentatie, met een afbeelding van een smiley met rode wangen, wat waarschijnlijk de oxytocine moest voorstellen. Overigens bestond de rest van de visuele ondersteuning uit een slide met drie foto’s van een moederkoek (“de placenta daar moet je respect voor hebben”) een foto van een bevallende giraf (“ik ben voor een natuurlijke bevalling”) en een tiental foto’s uit de jaren ’80, waarop vanuit verschillende gezichtspunten hoofdjes uit vagina’s tevoorschijn komen. (“Ik shockeer jullie liever nu, dan dat jullie straks geshockeerd zijn”). Deze serie vind ik wel heel geschikt voor een coffeetablebook trouwens. Een must voor op de salontafel! ‘80s Women in labour‘ zou ik het noemen. Of ‘Babyheads and vagina’s.’ Misschien wel gewoon ‘crowning’. (De titel moet natuurlijk in het Engels, anders verkoopt het niet).

Maar, het gaat me nu om de uitspraak over het ‘liefdeshormoon toelaten’.

Het klinkt mij vaag in de oren, maar voor de zekerheid waag ik toch een poging. Thuis, in bed, probeer ik dan maar ontspannen te denken aan liefdevolle dingen. Ik denk aan mijn vriend, en omhelzingen. In een wei. Een wei met bloempjes, en kleine konijntjes en puppy’s enzo. Zingende bloempjes. Hekjes van zoethout. Wapperende vlaggetjes met smileys. Een slinger van slappe piemels…… Deze gedachten leveren me uiteindelijk geen enkele wee op. En dit voelt als falen. Elke dag dat ik nu niet beval, heb ik het aan mezelf te danken.

Maar heb ik wel invloed heb op het moment van bevallen? Ik kan het me eigenlijk moeilijk voorstellen, dat de natuur het uiteindelijk laat aankomen op mij en mijn gedachten. Vanaf het begin van mijn zwangerschap zijn namelijk alle processen in mijn lichaam gericht op de baby. Ik word misselijk, krijg maagzuur, aambeien, houd vocht vast, heb een hele lage bloeddruk, waardoor ik duizelig ben en me niet lekker voel. Dat boeit de natuur geen reet. Sterker nog, dat boeit de natuur geen hele dikke reet! (die ik dus ook kreeg). Zolang het maar goed gaat met de baby. En nu kan ik invloed uitoefenen op het moment van bevallen?

Ik geloof wel dat lichaam en geest verbonden zijn. Maar ik denk niet dat dit een proces is waar ik met mijn gedachten bij kan. Ik merk dat ook nu mijn baby eenmaal geboren is. Oxytocine regelt nu dat de melk gaat stromen. Specifieker: uit mijn tepels. Dus als mijn baby honger heeft, en aan de tiet gaat hangen, krijg ik een stoot oxytocine en dan ga ik meer melk aanmaken. Dit mechanisme werkt vrij goed. Eigenlijk te goed. Het gebeurd namelijk ook als mijn vriend mij belt en ik mijn baby op de achtergrond hoor huilen. Ook al ben ik niet in de buurt, en sta ik op dat moment half aangekleed in een paskamer in de H&M. Ook ondanks dat ik mijn tieten met mijn gedachten probeer toe te spreken: “Hee jongens, ik ben niet fysiek daar. Ik kan geen melk geven door de telefoon. Hier is geen melk nodig. Ik weet dat hier wel meisjes rondlopen die eruit zien alsof ze wel een flinke scheut moedermelk zouden kunnen gebruiken, maar dat is niet jullie verantwoordelijkheid….” Dit heeft geen zin. Ongeacht wat ik denk, er stroomt melk uit mijn tepels. Er gebeurd dus iets in mijn onderbewuste waar ik niet bij kan. Wat ik geen nieuws vind. Door mijn depressies ben ik al gaan accepteren dat ik niet kan beïnvloeden of ik genoeg gelukstofjes en –hormonen aanmaak.

Volgens mij geven verloskundigen je graag het gevoel dat je ergens controle hebt, en dat je niet totaal bent overgeleverd aan de natuur. Maar ik word juist onzeker van dit soort dingen, omdat ik het juist gevoel krijg dat als ik het alleen aan de natuur overlaat, ik eigenlijk niet genoeg doe.

Bovendien heb ik op het moment vlak voor de bevalling juist behoefte aan de waarheid. De feiten. De wetenschappelijk bewezen dingen graag. Maar dat blijkt moeilijk. Als het gaat over algemene gezondheid hebben we volgens mij nu wel door dat als je ‘oma een pakje sigaretten per dag rookte en alsnog 90 is geworden’ dat dat niet betekent dat roken niet slecht voor je is. Maar rondom bevallen lijken nog steeds afzonderlijke gevallen complete theorieën te kunnen ondersteunen. Hier een kleine greep uit de tips die ik kreeg:

“ Als je wilt bevallen, moet je gaan lopen. We waren de hele dag in de IKEA geweest en ’s avonds begonnen de weeën!”

“Je moet een voetreflexmassage nemen. Een vriendin van mij was al 42 weken zwanger. Ze nam een voetreflexmassage, en ’ s avonds begonnen de weeën!” (graag maak ik hierbij de opmerking dat als je 42 weken zwanger bent de kans elke dag groter is dat je wel bevalt dan dat je niet bevalt)

“Je moet perineum-olie smeren. Iedereen die ik ken die dat heeft gesmeerd is niet uitgescheurd bij de bevalling!“

Ik word moedeloos van dit soort tips. Voor ik het weet loop ik met een klodder olie op mijn perineum drie kilometer naar de voetreflexmassage en zit ik ‘s avonds gewoon uitgeput op de bank zonder wee. Dus ik besluit alles los te laten en het over te laten aan de natuur. Het enige wat ik nu nog hoef te doen is niet in paniek raken en blijven ademen. Hèhè, wat een rust.

Volgende keer over uit de hand lopende moedergevoelens.

Joe. Tot snel.

 

P.S.

Als je niet wilt uitscheuren, moet je zeker antidepressiva gaan slikken. Iedereen die ik ken die dat slikte is niet uitgescheurd. Moet je echt doen.

P.S. II

Als je snel wilt bevallen, moet je in je eentje naar de McDonalds gaan. Ik deed dat, en ik beviel een week voor de uitgerekende datum!

Huh? Wah? Wow

Hij is eruit! Wat een opluchting. En wat bizar.

En hoewel ik vrij precies mijn negatieve gedachten en emoties kan beschrijven, ben ik nu door positieve liefdesgevoelens (ok, en slaapgebrek waarschijnlijk) een beetje sprakeloos. Wat is dit nou weer! Zo had ik het me niet voorgesteld! Ik ben geen zogende zombie zonder gevoel, maar een watje. Ik glimlach al weeïg als hij alleen maar een scheetje laat. Doodeng. En kwetsbaar.

Ik kom hier op terug. Maar het gaat goed. En met hem ook. Hij ademt nog steeds (ik heb net nog even gekeken). Hoera!

Snel meld ik mij met een nieuwe blog, als ik weer wat meer woorden kan vinden.

Joe.

Tot snel.

 

 

Wat een zielige pruim.

Over irritatie en medelijden.

Normaal heb ik wel eens medelijden met iemand. Of irriteer ik me een keer aan iemand in de tram. Soms op een dag dat ik moe ben irriteer ik me wat meer. Maar dit is anders. Nu zijn deze twee mijn hoofdemoties geworden. Irritatie en medelijden. De hele dag wisselen ze elkaar af. Dat klinkt misschien heel overzichtelijk, maar twee emoties. Maar het blijkt erg verwarrend. Dit is wat er gebeurt.

We komen terug van vakantie. Ik zie een vrouw van ongeveer 53 en een half bij de douane in de rij voor ons, met een kort fris brunette kapsel, en met een sjaaltje. Een blauwachtig opgerold sjaaltje in haar nek. Lichtblauw met kleine zeilbootjes of zoiets. Dus geen sjaal om je nek warm te houden, nee, een sjaal-tje. Opgerold. Lichtblauw. Met wit. Ik vraag me altijd al af: waarom doe je in godsnaam zo’n sjaaltje om?! Het ziet er niet uit! Alsof je een pop bent. Een bizar volwassen geworden Baby Bjorn. De zeemansversie. Ik vind een sjaaltje een raar sieraad voor gereformeerden. “Toch iets leuks, maar niet te opvallend!” Ik weet niet, het irriteert me. Het feit dat zij thuis een doek heeft staan oprollen, totdat het de goede dikte had, en vervolgens de moeite heeft genomen om het haar nek te knopen….. en dat ze nu lijkt op een gepensioneerde versie van Peppie en Kokkie…..Een Koppie of Pokkie of Keppie……. ik spuug bijna van irritatie. Ik denk: Waaaaaarom? Waarom in godsnaam een sjaaltje?! Heeft ze een lelijke nek ofzo! Schaamt ze zich voor haar nek ofzo!

Oooooh…….Misschien schaamt ze zich wel voor haar nek……. misschien is ie wel heel pezig. Zo’n oude pezige nek. Waarbij het vel slap gespannen is tussen strakstaande spieren. Als een oude ingezakte circustent. Zo’n nek die tien jaar sneller veroudert dan de rest van haar lichaam. Met een lel in het midden.

Oh dat is dan misschien best zielig. Oh dat is klote voor haar. Dat ze iets moet verhullen. Misschien verhult ze wel een litteken zelfs? Is daar een tumor weggeneden, of is ze beademd. Heeft ze een hele zware periode van ziekte achter de rug, en gaat ze voor het eerst weer op vakantie. En dan irriteer ik me aan haar sjaaltje…Wat zielig voor haar. Dat sjaaltje valt toch op, en dan vraagt iedereen zich dus af, wat heeft zij gehad? En zij wil het juist vergeten. Ooh wat zielig. En dat is dus haar man die haar al die tijd gesteund heeft. Die daar staat. Die hebben samen een hele zware periode doorgemaakt. En worden straks opgehaald van het vliegveld door hun kinderen die blij zijn dat ze toch nog een keer weg konden op vakantie maar blij zijn en opgelucht dat ze terug zijn want ja het was ook wel spannend en ze hadden afgelopen periode met het gezin zo intensief samengeleefd dat ze het ook gek vonden dat hun ouders nu even weg waren.

Wanneer we bijna door de douane mogen, loop ik over van medelijden.

De vrouw wordt terzijde genomen omdat de scanner piept. Ja dat zal die plaat zijn natuurlijk die ze bij een heftige medische ingreep gekregen heeft. Ze moet haar schoenen uitdoen, en haar vest ook. Ze wordt gefouilleerd. Ach wat zielig. En ze moet uiteindelijk ook haar sjaaltje afdoen. Haar sjaaltje gaat af, en in zijn eentje op een band langs de douane. Oh nee! Nu kan iedereen het alsnog zien, die nek, denk ik.

Ik kijk ook.

Ok, ik zie geen groot litteken. Ook niet echt een lelijke nek. Ook geen snel verouderde nek. Zelfs geen heel klein raar klein lelletje. Niks? Niks!! Een doodnormale nek!! Waarom the fuck heeft ze dan zo’n sjaaltje om!! Het ziet er toch niet uit?! Jezus wat lelijk. Gadverdamme wat een Pokkie. Ik word misselijk.

Maar irritatie en medelijden wisselen elkaar niet altijd af. Soms komt er één alleen.

Diezelfde dag staan we (ik en mijn vriend) op de tram te wachten. We eten een pruim. Want die hebben we meegenomen. Mijn vriend neemt een hap en zegt: “Oeh, die is nog niet rijp” en gooit de pruim in de vuilnisbak. Ik kijk naar mijn eigen pruim. Ik neem een hap, en inderdaad, hij is nog niet echt rijp. Arme pruim. Ik had moeten wachten. Nu heb ik al een hap genomen en dan kan ik hem ook niet meer bewaren. Maar ik vind het zielig. Voor de pruim. Die heeft helemaal zijn best gedaan, groeiend aan een boom. Hij kan er ook niks aan doen dat hij nog niet rijp is. Dat is helemaal niet de schuld van de pruim. Hij had de potentie een hele lekkere pruim te zijn. Oh nee arme pruim….Hij heeft zo zijn best gedaan.. Dus ik neem nog een hap. Nee, oei, nee een beetje misselijkmakend ook. Shit. Wat een zielige pruim….Ik probeer nog een hap. Okee, nee. Nu ben ik misselijk. Daar komt de tram. Shit, ik moet nu iets beslissen. Ineens gooi ik de pruim toch weg, loop de tram in, en probeer het beeld in mijn hoofd van de afgedankte pruim alleen in de vuilnisbak uit mijn hoofd te zetten. Ik kijk nog wel een keer achterom terwijl de tram wegrijd. Oh, wat zielig voor die pruim….Wat zielig, au.

Nou ja. Irritatie en medelijden. Zolang die er zijn voel ik me in ieder geval niet depressief.

Joe.

 

Tot snel.

 

Een stiekem vlogje

Deze keer een stiekem vlogje. Klinkt best vies eigenlijk. Als een geruisloos windje. Vllloogje. Video dan. Een video.

Dit ben ik live. Niet echt meer live, want dit heb ik al gedaan, maar wel in levende lijve. En het was ooit live. Best spannend. En ik deel het graag.

Zie hieronder! Als het je kan bekoren, like het, deel het, doe iets in die trant. Of, tot de volgende blog.

 

 

Tot snel, in tekst,

Joe.

 

 

“Ik ben een dikke trol en mijn leven is voorbij” – Positief denken.

Mijn therapeut: “Je moet bijvoorbeeld dan niet denken, ik heb t dit niet gedaan, en ik heb dat niet gedaan, en ik kan dus niks…..Maar je kan denken, hee ik heb ondanks dat ik me slecht voel wel de afwas gedaan.”

Ik: “Maar …..Hoezo is dat positief?”

Zij: Nou dat is toch ook goed…Als dat lukt ook al lukken andere dingen niet…

Ik: Ja maar…

……We hebben gewoon een vaatwasser.”

Bij mij gaat positief denken niet altijd vanzelf. Dit vereist training. En ik heb getraind. Uren en uren therapie. Volgestopt ben ik, als een gans voor de foie gras. Maar daar kan ik nu de vruchten van plukken. Ik kan in ieder geval al steeds beter negatieve gedachtes afzwakken. Ik zal het uitleggen aan de hand van deze voorbeeldgedachte: “ik ben een dikke trol en mijn leven is voorbij”. Allereerst: deze gedachte bestaat uit twee delen. De eerste is: “ik ben een dikke trol”. Er zijn nu twee tactieken. De eerste is er iets positiefs tegenover stellen. “Nou, ik ben dan misschien een dikke trol, maar ik kan wel heel goed kleuren voor volwassenen. Dat is ook wat waard, dus ik ben meer dan alleen een dikke trol.”

Dat is één variant. De andere tactiek is onderzoeken of deze gedachte waar is, of met name ontstaan in eigen brein. Hoeveel bewijs heb ik dat ik een dikke trol ben? Of zie ik mezelf alleen zo? Vinden andere dat ook? Ben ik al aangesproken op die manier? Stond ik bij de bakker en zeiden ze: En U, dikke trol, wat wilt u? Het antwoord hierop is nee, gelukkig.

Het hangt er ook vanaf welke trol ik bedoel natuurlijk. Ik bedoel niet de trol uit Lord of the Rings. Daar moet ik wel wat verder voor afzakken. Misschien meer een kruising tussen de trollen uit David de Kabouter, en de speelgoedtrollen uit de jaren 90. Die dikke buik vooral. De aardappelneus (nog) niet, maar je weet niet waar het opgehoopte vocht nog heen gaat. Beetje dikke voeten al. Maar ja het is tijdelijk. (hoop ik in godsnaam). Dus ik kan de gedachte veranderen in: Ik ben tijdelijk dik en heb soms wat weg van een trol.

Als ik precies wil zijn, is het ’positief denken over jezelf’ trouwens een losse categorie van positief denken. En dat hoeft niet positief te zijn voor anderen. Bijvoorbeeld. Laatst staan mijn vriend en ik voor de spiegel. We merken op dat onze heupen bijna op gelijke hoogte zijn. Wat gek is, want hij is veel langer. Dus hij zegt: “goh, jij hebt dus een heel kort bovenlijf”. Waarop ik zeg: “Nee ik heb lange benen.” Hier denken wij allebei positief. Maar voor onszelf.

En dat geldt dus ook voor allerlei karaktertrekken, zoals zuinig zijn. Dat is voor jezelf best fijn, want je heb altijd geld over. Maar voor anderen is het irritant want je haalt nooit een rondje. Voor anderen is het fijn als je bescheiden en gehoorzaam bent, terwijl het voor jezelf irritant is als je constant uitvoert wat anderen willen. Je hebt ook nog de categorie “eigenschappen waar niemand wat aan heeft”. Uit die categorie heb je liever niks. Verlegenheid. En achterdochtigheid bijvoorbeeld. Daarom blijf ik dit ingewikkeld vinden.

Maar even terug naar het algemene positieve denken, en de gedachte: “… mijn leven is voorbij.” Eigenlijk is dat bij mij de angst: “Oh nee, als de baby er is, ga ik mijn vrienden nooit meer zien!” Ik zal hier met hulp van ‘Denkfout Debbie’ uitleggen hoe je deze kan omdenken. Debbie is een personage uit mijn online therapie voor depressieven. Niet een heel snugger personage, want ze maakt keer op keer dezelfde denkfouten, maar innemend is ze wel, want ze verbetert zichzelf altijd. Maar Denkfout Debbie zou zeggen “Oh jee, inderdaad, dat is te zwart wit gedacht. Misschien wordt het wel wat druk met een baby, maar je zal af en toe echt nog wel vrienden zien. Gewoon wat minder. Misschien desnoods de minder leuke vrienden. Je leven wordt juist verrijkt met een nieuw leven! Misschien maak je zelfs wel allemaal nieuwe vrienden.” (Ik zou graag ooit een Denkfout Debbie actionfigure maken, dat als je op haar buik drukt, ze telkens een nieuwe denkfout bespreekt. Maar dat is toekomstmuziek. Denkfout Debbie en haar vriendin Borderline Betsy).

Hoewel het helpt, is dat hele positieve denken best vermoeiend. Daarom doe ik de laatste tijd ook heel veel aan neutraal denken. Het door mij zelf bedachte neutraal denken. Dat werkt zo.

Ik heb de laatste tijd fysieke kwaaltjes door het zwanger zijn. Mijn maag is een tandpastatube. Als ik voorover buk, duw ik de tube in omdat de baby omhoog schuift en dan komt het eten aan de bovenkant weer omhoog. Ik kom moeilijk uit liggende positie omhoog. En als het me uiteindelijk gelukt is, kan je me met een klein duwtje weer terugrollen op mijn rug en dan begint het van voren af aan. (dit tot grote lol van mijn vriend). En mijn ribben zitten in de weg. Hiervoor hielden ze mijn longen en alles veilig, nu dienen ze als tralies, en de bambino probeert als een wanhopige gevangene die dingen om te buigen. Ik word nu ‘s nachts wel eens wakker met de gedachte: “Oh wat is die snerpende pijn!!! Oh, oh ja daar zit een baby.” Ik denk dan heel neutraal: Hmm ik hoop dat ie niet overweegt om via die weg uit mij te komen. Dat past gewoon echt niet. De onderkant daar heb ik al mijn twijfels over, maar tussen mijn ribben door is denk ik echt heel lastig. En ik zou dat best vervelend vinden. Jeetje, het past helemaal niet die baby. Zo natuurlijk is dit dus allemaal niet. Waarom moet het eigenlijk zo? Hoezo leggen we eigenlijk geen ei meer?

Ik snap dat het ergens een evolutionair voordeel is dat we zoogdieren werden. Tuurlijk want dan zit de baby veilig in jou. En worden je eieren niet gejat of opgegeten. Maar inmiddels zijn omstandigheden wel zo dat een ei leggen echt een hele goede optie zou zijn. Je kan gewoon blijven werken en drinken en alles eten, terwijl je ei ergens ligt onder een broedlamp in een broedcentrum. Dan heet de vroedvrouw de broedvrouw. En jij kan op je egg-app checken hoe het er in dat ei aan toe gaat.

Het enige is dat we nog een beetje moeten bedenken waar we de onbevruchte eieren laten. Op de wc’s in cafe’s moet je dan niet een speciaal prullenbakje hebben voor tampons, maar een eierbak van redelijk formaat. Maar daar komen we wel uit.

Neutraal denken is dus prima. En dat positieve denken helpt wel. Maar het leukste is toch als het vanzelf gaat. Soms krijg ik een pijnlijke schop tegen mijn ribben en denk: “Nou, hij groeit dus goed en hij leeft nog! Hij zal wel supersterk zijn. Of hele dikke billen hebben. Ik ben benieuwd. Ik vind hem nu al lief.” Helemaal vanuit mezelf gedacht zonder trucjes! (misschien wat hormonale hulp). En dat is toch het fijnste, want dat is Depressieloze Vera.

Joe!

Tot snel.

Groeiecho Intermezzo

Ik doe mee aan een onderzoek. Daarom krijg ik een extra echo bij 28 weken. Dat is natuurlijk voornamelijk leuk. Dan kan ik hem weer even zien. Tijdens de echo is alles goed. Hij blijkt zelfs eerder aan de grote kant dan aan de kleine. Hij is dus nog niet te klein “doordat je pillen slikt”, of klein door “depressie”. Dat vind ik goed nieuws.

Maar de echovrouw zegt; “Jaa….niet teveel suiker eten he”. Ik: “Hè, hoezo?” Waarop zij zegt: “Daar krijg je dikke baby’s van”. “Maar hij is toch niet te dik?” “Nee”

Dit is voor mij weer een nieuwe. Naast: “Genoeg bewegen! Genoeg rust! Geen rauw vlees! Pas op met leverworst! Smeer je je wel in tegen striae? Ontspan je bekkenbodemspieren! Eigenlijk geen koffie. Nee cola zou ik niet drinken. Wist je dat luchtvervuiling kan doordringen tot je baby? Ja, ik zou niet achter zo’n rokende scooter gaan staan bij het stoplicht. Je baby proeft in het vruchtwater wat jij eet, dus je kan hem nu al laten wennen aan een gezond eetpatroon. (waar ik me nog steeds niks bij kan voorstellen, dat hij dan ineens zwemt in chiliwater). Nee stress is heel slecht….Al die stofjes he?”

Ik dacht dat een baby met wat vet op de botten juist goed was. Dat het enige nadeel voor mij was dat hij dan door mijn ‘geboortekanaal’ moet.

Ik voel me pissig worden.

Maar gelukkig. De band tussen en moeder en kind blijkt inderdaad sterk. Mijn baby steekt zijn middelvinger op. Duidelijk zichtbaar op het scherm. Ik ben trots.

Joe!

Tot zeer snel.

P.S.

Volgende week post ik een nieuwe lange blog. En bedankt voor alle reacties en nieuwe volgers van afgelopen weken. Blijkbaar ben ik niet de enige, en ik ben blij dat mijn blog bij kan dragen aan openheid; precies zoals ik het bedacht had.

 

echomiddelvinger

 

 

 

Failing instruments

buik2

Mijn depressie-uitleg

 

Ratio: Het is 13 uur. Nu moeten we eten.

Gevoel: Maar ik wil helemaal niet eten, wat heeft het allemaal voor zin

Ratio: Maakt niet uit, we gaan nu eten.

 

R: We gaan nu kleren aan doen, en…

G: Maar ik wil geen kleren aandoen wat heeft het allemaal voor zin

R: Maakt niet uit we gaan nu kleren aandoen.

 

R: We gaan nu koffie drinken met de schoonouders

G: Maar ik wil helemaal niet, wat heeft het allemaal voor zin…..

R: Ja okee, nu heb je eigenlijk ook wel gelijk. Dat hoeft echt niet.

Wanneer ik depressief ben (dat is nu niet het geval) moet mijn rationele denken me redden van mijn gevoelsdenken. Mijn ratio luistert naar psycholoog en psychiater, en kan hier ook naar handelen. Mijn gevoel is onbetrouwbaar. Mijn meetinstrumenten, mijn ‘gevoelsmeters’, die normaal situaties goed kunnen inschatten, slaan constant negatief uit. Het maakt niet uit wat ik doe. Een etentje met vrienden doet mijn meter niet omhoog uitslaan, net als een feest of een goede film. Mijn geluks- en zelfwaarderingsmeter blijven hangen op min 10, en al snel volgen mijn gedachten: “Hoezo vind ik dit niet leuk? Je bent ook niet gezellig. Zij zijn veel leuker dan ik.”

Net als bij machines, gaat ook míjn hele systeem falen als een meter niet goed werkt. Laatst zag ik een programma op National Geographic : Air Crash Investigation. (uitgesproken door serieus mannelijke Britse stem; de helft van de kracht van dit programma. Zelfs als deze stem zou zeggen “I ate a blueberrymuffin” Zou ik denken: Oh en toen?!). Voordat het vliegtuig neerstortte, werkte de hoogtemeter, de radio altimeter van de Boeing 737 niet naar behoren. Toen the automatic pilot en the engines en de landing gear gevolg gaven aan deze foute meting, ontstonden er problemen. Het vliegtuig vloog nog te hoog en te langzaam om veilig te kunnen landen, en uiteindelijk crashte het toestel. Hadden de ‘non automatic pilotes’, -de levende piloten dus-, de kapotte meter erkend en op tijd ingegrepen, was dit waarschijnlijk te voorkomen geweest.

Zo gaat dat ook bij mij in een depressie.

Wanneer mijn gevoelsmeters raar gaan doen, en ik grijp niet op tijd in, gaat na een tijd mijn lichaam mee. Ik proef geen eten meer, het voelt alsof mijn hart langzamer klopt en ik ga langzamer praten. Mijn lichaam begint doods aan te voelen. Ik kan op dat moment geloven in dit gevoel en mijn vliegtuig laten crashen. Ik kan er ook voor kiezen om de depressie te zien als ziekte, die behandeld kan worden. Ik had het geluk dat de mensen in mijn omgeving depressie ook beschouwen als ziekte.

Zwangere meters, lachen jongen.

En nu, door al die zwangerschapshormonen, slaan er weer meters raar uit! Het zijn wel net andere dan bij depressie. Bijvoorbeeld mijn irritatiemeter, oei! Ik ben gister een uur van de leg geweest omdat er een oud mannetje een peuk stond te roken, waarbij hij spuugdraden spinde tussen zijn lippen en de sigaret. En hij stonk. Daar werd ik woedend van. Of in de supermarkt laatst; ik wilde afrekenen en was mijn portemonnee vergeten. Uiteindelijk kwam mijn vriend de portemonnee brengen en betalen, maar ik was al aan het huilen (en dezer dagen als ik eenmaal huil, dan stopt het niet). Hij was ook niet blij want hij miste Studio Sport, en uiteindelijk liepen we zo in een sneue karavaan naar huis. Hij voorop met twee tassen in hoog tempo want hij wilde niet nog meer missen en ik er huilend achteraan. Tot slot, had ik vorige week onder de douche bedacht dat ik naar Dubai wilde, omdat het daar mooi weer is. Dus ik zei tegen mijn vriend: “Hee zullen we morgen gewoon voor een week naar Dubai gaan.” Hij: “eh, nee.” Ik ben de hele dag ontroostbaar geweest. Als een prinses op de erwt. “Mijn vrie-iend wil morgen niet met mij naar Doe-Hoe-Bajjjj…”

Gelukkig besef ik dat het maar mijn meters zijn die een beetje raar uitslaan. Mijn zwangerschap zorgt voor wat turbulentie, maar ik weet al hoe ik moet handelen. Bovendien heeft mijn gevoel af en toe heel erg gelijk! Ik ben op dit moment (’t is ochtend) achter mijn laptop een ‘rijstdessert met vanillesmaak’ uit een plastic bakje aan het lepelen. En mijn gevoel blijkt te kloppen: dit was een supergoed idee.

Joe!

Tot snel.